Ministerie van I&W heeft slecht huiswerk gemaakt en moet veel over doen.
Het gebeurt niet vaak dat een ministerie een onafhankelijke adviescommissie op vrijwel alle kritieke punten gelijk geeft. Bij Rotterdam Airport is het zover: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) erkent dat het milieueffectrapport (MER) voor het nieuwe luchthavenbesluit op essentiële onderdelen tekortschiet.
De Commissie voor de milieueffectrapportage trok eerder dit jaar een harde conclusie: belangrijke informatie ontbreekt om het milieubelang volwaardig mee te wegen. I&W neemt dat oordeel vrijwel integraal over en kondigt aanvullend onderzoek aan. Voor omwonenden en milieuorganisaties is dit een doorbraak: jarenlang werd gesteld dat alles zorgvuldig was onderzocht, nu erkent de overheid zelf dat de milieu basis nog niet op orde is.
Taxigeluid, rekenmethode verouderd
De Commissie mer stelt onomwonden dat het geluid van taxiënde vliegtuigen niet is uitgewerkt in het MER. Terwijl woningen in Hillegersberg, Schiebroek en andere wijken vlak bij de start- en landingsbanen staan. De aanname dat dit geluid verwaarloosbaar zou zijn, is volgens de commissie onvoldoende onderbouwd. Het ministerie erkent dit en laat alsnog een aparte geluidsstudie uitvoeren. Daar komt ook bij dat het ingediende MER met een verouderde methode rekent voor de cumulatie van geluid. Nieuwe inzichten tonen aan dat luchtvaartgeluid hinderlijker wordt ervaren dan eerder gedacht. De oude methode geeft een veel te gunstig, maar onjuist beeld. Ook moeten de nieuwste RIVM-relaties voor geluidhinder en slaapverstoring worden toegepast – die geven een aanzienlijk ernstiger beeld. Het ministerie volgt deze aanbevelingen zonder tegenwerping. Bovendien constateert de commissie dat daadwerkelijk gevlogen routes vaak afwijken van de gemodelleerde routes. Daardoor is de geluidbelasting in woonwijken naar alle waarschijnlijkheid onderschat. Ook hier kondigt I&W aanvullend onderzoek aan.
Stikstof: meer uitstoot mogelijk binnen geluidsruimte
Het dossier stikstof ligt even gevoelig. Het MER gaat uit van een bepaalde toekomstige vlootsamenstelling, maar onderzoekt onvoldoende hoeveel stikstofuitstoot (NOₓ) maximaal mogelijk is binnen de geluidsgrenzen van het luchthavenbesluit. Nieuwere vliegtuigen zijn vaak stiller, maar niet per definitie schoner. Daardoor kan binnen dezelfde geluidsruimte meer milieuschade ontstaan dan het MER suggereert. De Commissie eist daarom een gevoeligheidsanalyse: hoeveel NOₓ-uitstoot is maximaal mogelijk binnen de toegestane geluidsruimte? En welke maatregelen zijn beschikbaar wanneer het emissieplafond wordt overschreden? Het ministerie kiest niet voor verdediging van de bestaande stukken, maar voor aanvullend onderzoek. Voor natuur- en milieuorganisaties is dit cruciaal: in juridische procedures draait het niet om wat een luchthaven verwacht te doen, maar om wat zij maximaal mag doen.
Lijst Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Zelfs op het punt van zeer zorgwekkende stoffen schiet het MER tekort. Voor benzeen zijn concentraties berekend, maar voor andere potentieel gevaarlijke stoffen niet. De Commissie vindt dat onvoldoende voor een compleet beeld van de gevolgen voor de leefomgeving en verlangt aanvullende analyses. Ook dit advies wordt door het ministerie overgenomen. Zie ook het tekstkader.
Opdracht voor Den Haag
De politieke en bestuurlijke betekenis van deze reactienota is groot. Het ministerie erkent impliciet dat het bestaande MER niet het afgeronde en robuuste document is waarvoor het lange tijd werd gehouden. Op vrijwel ieder controversieel onderwerp – geluid, routeafwijkingen, stikstof, veiligheid, zeer zorgwekkende stoffen – moet aanvullend werk worden verricht voordat duidelijk wordt wat de werkelijke gevolgen van het luchthavenbesluit zijn. Voor een dossier waarin economische belangen jarenlang vrijwel automatisch het voordeel van de twijfel kregen, is dit een opvallende koerswijziging. De bal ligt nu bij Den Haag: wordt het luchthavenbesluit uitgesteld tot alle openstaande vragen zijn beantwoord? Of wordt doorgedrukt met een besluit dat op drijfzand rust?
Voor BTV-Rotterdam is de conclusie helder: Rotterdam Airport moet zijn milieuhuiswerk overdoen. En dat huiswerk moet grondig, transparant en onafhankelijk worden gecontroleerd – in het belang van omwonenden, natuur en klimaat.
Bron: SchipholWatch, 5 oktober 2026
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
wat ontbreekt in het MER?
Het milieueffectrapport (MER) voor Rotterdam Airport berekent alleen de concentraties van benzeen, één van de acht zeer zorgwekkende stoffen die door vliegtuigen worden uitgestoten. De Commissie mer vindt dat onvoldoende en eist aanvullende analyses voor alle ZZS.
Acht ZZS uit vliegtuigemissies (TNO, maart 2023):
- 1,3-butadieen (kankerverwekkend)
- Formaldehyde (kankerverwekkend)
- Benzeen (kankerverwekkend)
- Naftaleen (PAK, kankerverwekkend)
- 1-methylnaftaleen (PAK)
- 2-methylnaftaleen (PAK)
- Isopropylbenzeen (cumene)
- Crotonaldehyde
Aanvullende stoffen in het MER: Naast ZZS moeten ook PM₁₀, PM₂,₅, NO₂, CO, lood, PAK's en NMVOS in kaart worden gebracht. Ultrafijn stof (UFP) wordt apart onderzocht vanwege de gezondheidsrisico's.
Waarom dit telt: In juridische procedures draait het niet om wat een luchthaven verwacht te doen, maar om wat zij op grond van een besluit maximaal mag doen. Zonder complete ZZS-analyse is onduidelijk hoeveel milieuschade binnen de geluidsruimte mogelijk is.