Nieuwe EU‑richtlijn milieucriminaliteit

Deze maakt van grootschalige luchtvervuiling een misdrijf.

Met de nieuwe EU‑regels wordt gesteld dat als emissies in strijd zijn met Europese luchtkwaliteits‑ of natuurregels, er strafrechtelijk kan worden opgetreden.

De nieuwe EU‑richtlijn milieucriminaliteit maakt van grootschalige luchtvervuiling een misdrijf en zet daarmee ook Rotterdam The Hague Airport (RTHA) en de betrokken luchtvaartmaatschappijen onder forse juridische druk. Voor omwonenden rond RTHA betekent dit dat giftige uitstoot, ontbrekende vergunningen en verouderde milieuregels straks niet langer alleen een “bestuursrechtelijk probleem” zijn, maar strafbare feiten kunnen worden waarvoor bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn.

Nieuwe EU‑wet óók voor RTHA

De EU‑richtlijn 2024/1203 verplicht Nederland om uiterlijk 21 mei 2026 strengere strafrechtelijke regels te hebben voor milieucriminaliteit, waaronder luchtvervuiling. Waar de luchtvaart jarenlang in een apart regime werd geplaatst, moet de nieuwe wet ook gelden voor regionale luchthavens zoals RTHA, die nu draaien op een omzettingsregeling en nog steeds wachten op een nieuw luchthavenbesluit.

De richtlijn bepaalt dat handelingen strafbaar zijn wanneer zij “wederrechtelijk” zijn, óók als er een vergunning is die strijdig is met Europese milieunormen. Voor een luchthaven die, zoals RTHA, geen volwaardige natuurbeschermingsrechtelijke basis heeft en volgens rechters en deskundigen onvoldoende passende maatregelen neemt tegen stikstof, wordt dat een direct risico.

Zwavelarme kerosine en ultrafijn stof

Een kernpunt van de richtlijn is dat producten die bij normaal gebruik onaanvaardbare emissies veroorzaken, strafbaar worden om op de markt te brengen. Dat raakt kerosine met onnodig hoge zwavel- en aromatengehaltes, terwijl er al jaren zwavelarme alternatieven bestaan die nauwelijks duurder zijn, maar in de praktijk zelden worden afgedwongen op regionale luchthavens zoals RTHA.

Motorfabrikanten en luchtvaartmaatschappijen kunnen aansprakelijk worden gesteld als hun motoren structureel extreem hoge emissies veroorzaken van stoffen als formaldehyde, benzeen en ultrafijn stof. Juist rond RTHA zijn zorgen over ultrafijn stof en andere deeltjes groot, en de luchthaven erkent zelf dat UFP waarschijnlijk schadelijk is, vooral voor personeel en mogelijk ook voor omwonenden in de dichtbevolkte woonwijken rondom het veld.

Geen uitzonderingspositie meer

Jarenlang werd door bewindspersonen en de sector gesteld dat de luchtvaart onder een eigen regime viel en daardoor buiten normale milieuwetgeving stond. Met de nieuwe EU‑regels wordt dat onderscheid ondergraven: als emissies in strijd zijn met Europese luchtkwaliteits‑ of natuurregels, kan strafrechtelijk worden opgetreden, zelfs wanneer er formeel nog een – vaak verouderde – vergunning of omzettingsregeling onder ligt.

Voor RTHA is dat extra relevant omdat het vliegveld nog steeds geen definitief, actueel luchthavenbesluit heeft en de natuurvergunning ontbreekt of ter discussie staat. Waar nu vooral via bestuursrechtelijke procedures wordt gevochten, komt daar een strafrechtelijke laag bovenop: bestuurders en bedrijven die voorzienbare schade niet voorkomen, kunnen persoonlijk vervolgd worden.

Ecocide en zeer zorgwekkende stoffen

De richtlijn introduceert de categorie “vernietigende milieuschade”, internationaal bekend als ecocide: wijdverbreide, langdurige of onomkeerbare schade aan lucht, water of natuur. In de Schiphol‑regio wordt jaarlijks een enorme hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen uitgestoten; RTHA is kleiner, maar ligt midden in een dichtbevolkte stedelijke regio, waar cumulatieve effecten van luchtvaart, haven en wegverkeer zwaar op de leefomgeving drukken.

Voor dergelijke misdrijven kunnen bestuurders tot tien jaar gevangenisstraf krijgen. De combinatie van stikstofdepositie op Natura 2000‑gebieden, emissies van zeer zorgwekkende stoffen en ultrafijn stof en het ontbreken van een solide natuurbeschermingsrechtelijke basis rond RTHA brengt de discussie over ecocide veel dichterbij dan de sector lief is.

Boetes die echt pijn doen

In Nederland kan de rechter straks boetes opleggen tot tien procent van de wereldwijde jaaromzet van een bedrijf. Voor maatschappijen die op RTHA vliegen en voor de luchthavenexploitant betekent dit dat milieuovertredingen niet langer kunnen worden weggezet als “bedrijfskosten”, maar het voortbestaan van de onderneming daadwerkelijk kunnen bedreigen.

De EU wil zo een einde maken aan de praktijk waarin structurele milieuovertredingen goedkoper zijn dan investeren in schonere technologie en minder vluchten. Voor RTHA, dat wel spreekt over “schoner en stiller” maar tegelijk inzet op behoud van de regionale functie en een fors aantal vakantievluchten, wordt het financieel riskanter om vervuilende praktijken voort te zetten.

Meer rechten voor omwonenden en BTV

De richtlijn verplicht lidstaten om het “betrokken publiek” – omwonenden en milieuorganisaties – meer rechten te geven in strafrechtelijke procedures. Dat betekent betere toegang tot informatie over lopende zaken, bescherming van klokkenluiders en minder ruimte om schadelijke feiten te verstoppen achter onvolledige of misleidende rapportages.

Voor BTV Rotterdam en de bewoners rond RTHA is dit een belangrijke versterking van de positie in de strijd tegen onrechtmatige uitstoot en schijnlegaliteit. Waar BTV nu vooral via bezwaar, beroep en civiele of bestuursrechtelijke procedures optreedt tegen het ontbreken van vergunningen en tegen stikstof‑ en geluidsoverlast, wordt het straks mogelijk om ook strafrechtelijk druk op te bouwen als de luchthaven of luchtvaartmaatschappijen regels blijven overtreden.

Strafrechtelijke opsporing van luchtvaartvervuiling

Nederland investeert de komende jaren miljoenen in gespecialiseerde opsporingsteams voor milieucriminaliteit, gericht op zware en georganiseerde milieumisdrijven. Die ontwikkeling opent de deur om ook de luchtvaartsector en dus RTHA nadrukkelijk in beeld te krijgen bij politie en justitie wanneer sprake is van grootschalige, voorzienbare en vermijdbare milieuschade.
De Nederlandse overheid investeert vanaf volgend jaar miljoenen in gespecialiseerde opsporingsteams, zoals het High Impact Environmental Crime-team van de politie. De vliegindustrie, die jarenlang een uitzonderingspositie genoot terwijl omwonenden de gezondheidskosten betaalden, verliest zijn juridische schild.

De combinatie van aangescherpte EU‑regels, de noodzaak van een nieuw luchthavenbesluit en rechterlijke uitspraken over stikstof rond RTHA maakt dat de uitzonderingspositie van de luchtvaart snel afbrokkelt. Voor de regio Rotterdam–Den Haag betekent dit dat de roep om krimp, fundamentele beperking of zelfs sluiting van RTHA een veel steviger juridisch fundament krijgt, juist omdat luchtvervuiling niet langer als bestuurlijke last, maar als mogelijk misdrijf wordt behandeld.

Bron: Europees Parlement en de Raad.