Ultrafijnstof rond Rotterdam The Hague Airport

een onderschat gezondheidsrisico.

Nieuw gedegen onderzoek wijst uit dat luchtverkeer direct verantwoordelijk is voor veel ultrafijn stof.

Recent internationaal onderzoek bij Zürich Airport bevestigt wat omwonenden van luchthavens al langer ervaren: luchtvaart is een structurele bron van ultrafijnstof (UFP) met potentieel ernstige gevolgen voor de volksgezondheid. Deze inzichten zijn direct relevant voor de situatie rond Rotterdam The Hague Airport (RTHA), waar wonen, naar school gaan en vliegen op uitzonderlijk korte afstand van elkaar plaatsvinden.

Metingen die ook voor Rotterdam relevant zijn

De Zwitserse onderzoekers voerden metingen uit op circa één kilometer van een startbaan, in een omgeving vergelijkbaar met een woonwijk. Daar werden piekconcentraties gemeten tot 300.000 deeltjes per kubieke centimeter, die uitsluitend konden worden toegeschreven aan vliegverkeer.

De gemeten deeltjes zijn extreem klein: vaak kleiner dan 20 nanometer. Door deze omvang dringen ze diep door in de longen en kunnen ze via de bloedbaan het lichaam verspreiden. Binnen korte tijd veranderen deze deeltjes bovendien van samenstelling en grootte, waardoor ze langer in de lucht blijven en zich verder verspreiden dan eerder werd aangenomen.

Voor Rotterdam is dit extra relevant. Rond RTHA liggen woningen op circa 600 meter van de baan. Daarnaast bevindt zich een school vrijwel direct naast het luchthaventerrein, met aan de overzijde een kinderdagverblijf. Dat betekent dat juist kwetsbare groepen — kinderen — dagelijks worden blootgesteld aan emissies op afstanden die aanzienlijk kleiner zijn dan in het Zwitserse onderzoek.

Niet alleen de windrichting telt

Een opvallende bevinding uit Zürich is dat de hoogste concentraties niet alleen optreden wanneer de wind de uitstoot richting een meetpunt voert. Ook laag overvliegende toestellen tijdens de landing veroorzaken pieken, doordat uitlaatgassen naar de grond mengen.

Dit mechanisme is van groot belang voor de situatie rond RTHA. Aanvliegroutes lopen laag over dichtbebouwd gebied, waarbij emissies zich direct boven woonwijken en voorzieningen voor kinderen kunnen verspreiden. De blootstelling wordt daarmee niet alleen bepaald door afstand tot de baan, maar ook door vlieghoogte en naderingspatronen.

Chemische ‘vingerafdruk’ van vliegtuigen

Het onderzoek toont daarnaast aan dat ultrafijnstof rond luchthavens specifieke chemische componenten bevat, afkomstig uit vliegtuigmotorolie. Stoffen zoals synthetische esters en tricresylfosfaat (TCP) werden duidelijk herkend en bleken exact samen te vallen met pieken in ultrafijnstof.

Deze stoffen zijn kenmerkend voor luchtvaartemissies en maken het mogelijk om de bron ondubbelzinnig vast te stellen. Dat dergelijke componenten op afstand van de luchthaven worden aangetroffen, onderstreept dat de invloed van vliegverkeer zich uitstrekt tot in de directe leefomgeving.

Voor een stedelijke luchthaven als Rotterdam, waar functies intensief zijn verweven, betekent dit dat emissies niet abstract blijven, maar concreet neerslaan in woonstraten, schoolpleinen en speelomgevingen.

Structurele blootstelling

Uit de langdurige meetreeksen in Zürich blijkt dat de luchthaven overdag ongeveer 30 procent van de tijd de dominante bron van ultrafijnstof is. Bij wind vanuit de luchthaven worden internationale richtwaarden voor hoge concentraties frequent overschreden.

Hoewel Rotterdam The Hague Airport kleiner is dan grote internationale hubs, ligt het midden in een dichtbebouwde regio. De combinatie van korte afstanden, intensief ruimtegebruik en aanwezigheid van gevoelige bestemmingen maakt dat de blootstelling per saldo zeer relevant is voor de volksgezondheid.

Tijd voor gerichte regelgeving

De inzichten uit het onderzoek maken duidelijk dat ultrafijnstof niet langer als een generieke vorm van luchtverontreiniging kan worden behandeld. Het gaat om specifieke, aan luchtvaart gerelateerde emissies met een herkenbare chemische samenstelling en aantoonbare gezondheidsrisico’s.

Voor de Nederlandse situatie — en in het bijzonder voor Rotterdam — betekent dit dat beleid dat zich primair richt op geluid en CO₂-uitstoot tekortschiet. Zonder structurele metingen, transparante rapportage en concrete normen voor ultrafijnstof en bijbehorende stoffen blijft een belangrijk deel van de milieubelasting buiten beeld.

De aanwezigheid van woningen, een school en kinderopvang op zeer korte afstand van de start- en landingsbaan maakt dat uitstel moeilijk te verdedigen is. Juist in deze omgeving zou bescherming van de gezondheid van omwonenden, en in het bijzonder van kinderen, centraal moeten staan in de besluitvorming rond luchthavenactiviteiten.

Bron: Publicaties ACS, 23 april 2026

De BTV voorziet grote rechtszaken die nodig zijn om onze leden te beschermen tegen een falende overheid. Doneer daarom royaal om onze (en dus jouw) strijd te borgen! (Alle donaties zijn fiscaal aftrekbaar)