Vliegen op slachtafval is geen duurzame oplossing maar een moreel doodlopend spoor.
De luchtvaart presenteert vliegen op slachtafval als een veelbelovende stap richting verduurzaming. Achter deze groene belofte gaat echter een fundamenteel moreel en ecologisch probleem schuil.
Groene verf voor een vervuilende sector
Terwijl de klimaatcrisis zich verdiept en luchthavens als Schiphol weigeren structureel te krimpen, wordt vet van geslachte dieren naar voren geschoven als ‘duurzame’ brandstof. Zo kan een van de meest vervuilende sectoren ter wereld doorgaan alsof er niets wezenlijks hoeft te veranderen. Het idee dat koeienvet de luchtvaart gaat redden, is niet alleen technisch discutabel, maar ook moreel onhoudbaar.
Twee vervuilende sectoren, één verhaal
De vleesindustrie behoort tot de grootste uitstoters van broeikasgassen. Door dierlijk vet als vliegtuigbrandstof te gebruiken, presenteren de veehouderij en de luchtvaart gezamenlijk hun afvalstromen als klimaatoplossing. Zo houden twee vervuilende sectoren elkaar in stand, legitimeren ze elkaars schade en wordt een gesloten kringloop van vervuiling verkocht als innovatie. De uitstoot daalt niet echt, maar het imago knapt er tijdelijk van op.
Ethisch grijs gebied voor reizigers
Voor vegetariërs en veganisten is deze ontwikkeling extra wrang. Mensen die bewust geen dierlijke producten gebruiken, moeten er rekening mee houden dat hun vlucht – hoe spaarzaam of noodzakelijk ook – (deels) op slachtafval wordt uitgevoerd. Je eet geen vlees, maar je vliegt erop. Daarmee worden miljoenen reizigers ongevraagd een moreel grijs gebied ingeduwd, uitsluitend om te voorkomen dat er minder gevlogen hoeft te worden.
Grote claims kleine volumes
De hoeveelheid dierlijk vet is bovendien beperkt en kan nooit de wereldwijde kerosinevraag van de luchtvaart dekken. De vaak geclaimde CO₂‑reductie is gebaseerd op rekenmodellen waarin de volledige uitstoot van de veehouderij meestal niet wordt meegerekend. Zelfs als de cijfers zouden kloppen, blijft de sector intussen wél jaar op jaar doorgroeien. Een industrie die weigert te krimpen, kan niet duurzaam worden, hoeveel slachtafval er ook wordt bijgemengd.
Afleidingsmanoeuvre
Initiatieven als vliegen op slachtafval dienen in de praktijk vooral om politieke druk af te laten glijden. Zolang er weer een nieuwe ‘groene’ proef wordt gepresenteerd, kan de sector blijven volhouden dat zij serieus werkt aan verduurzaming. Dat past in een al langer bekende strategie: wijzen op toekomstige technologie als oplossing, zodat het niet hoeft te gaan over de enige maatregel die aantoonbaar effectief is – minder vliegen.
Moreel en ecologisch failliet
Vliegen op slachtafval is geen doorbraak, maar een symptoom van een sector die moreel en ecologisch failliet is. Het is een poging om de gevolgen van overconsumptie te maskeren door de reststromen van een andere destructieve industrie op te stoken. Deze vorm van ‘circulariteit’ draait vooral rondjes op de marketingafdeling.
De kernvraag is dan ook niet of koeienvet vliegtuigen in de lucht kan houden. De kernvraag is waarom we blijven accepteren dat de luchtvaartsector zelf haar grenzen bepaalt, haar problemen definieert en haar eigen oplossingen bedenkt – zelfs wanneer die oplossingen ethisch en ecologisch niet te verdedigen zijn.
Bron: Dairy Global, 08-24