Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (foto: Rijksoverheid)
"Tot er nieuwe besluiten zijn genomen op de vergunningsaanvragen, worden de luchthavens strikt genomen geëxploiteerd in strijd met de natuurvergunningsplicht.”
Het is een zeldzaam moment wanneer een minister in een Kamerbrief openlijk erkent dat drie Nederlandse luchthavens — Eindhoven, Rotterdam en Lelystad — in strijd met de wet worden geëxploiteerd. Toch staat het in een brief aan het parlement.
Het staat bijna achteloos verstopt in één zin: “Tot er nieuwe besluiten zijn genomen op de vergunningsaanvragen, worden de luchthavens strikt genomen geëxploiteerd in strijd met de natuurvergunningsplicht.”
Onmiddellijke sluiting?
Het is een constatering die in elke andere sector tot onmiddellijke sluiting, spoedmaatregelen of op zijn minst een crisispersconferentie zou leiden. Maar niet in de luchtvaart. Daar wordt het gepresenteerd als een technisch detail, een administratieve hapering die vooral vraagt om geduld.
De brief van minister Jaimi van Essen (D66) is een schoolvoorbeeld van bestuurlijke rookgordijnen. De rechtbank heeft vernietigd, gecorrigeerd, teruggefloten en opnieuw vernietigd. Besluiten over passende maatregelen bleken onvoldoende onderbouwd. Positieve weigeringen — het juridische kunstje om te doen alsof een vergunning niet nodig is — zijn van tafel geveegd.
Jarenlang ondeugdelijke besluiten
Maatwerkvoorschriften, inclusief emissieplafonds, zijn vernietigd. En de weigering om te handhaven is door de rechter simpelweg niet geaccepteerd. In gewone taal: de overheid heeft jarenlang juridisch ondeugdelijke besluiten genomen en de rechter heeft dat nu onverbiddelijk blootgelegd.
Toch kiest de minister ervoor om de ernst van deze situatie te verpakken in bestuurlijke neutraliteit. De rechtspraak zou “bijzonder complex” zijn geworden, alsof de problemen niet voortkomen uit jarenlang politiek gedogen, maar uit een juridisch landschap dat plotseling ondoorgrondelijk is. De schuld ligt bij “mijn ambtsvoorganger”, bij de Rendac-uitspraak, bij de sectorbrede stikstofproblematiek — overal, behalve bij het ministerie dat verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid
Opvallend is vooral wat níet wordt gezegd. Geen woord over de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het jarenlang laten opereren van luchthavens zonder geldige vergunning. Geen reflectie op de politieke keuzes die tot deze juridische chaos hebben geleid. Geen erkenning dat de overheid zelf de veroorzaker is van de situatie waarin Eindhoven, Rotterdam en Lelystad nu zitten. En vooral: geen enkele aanwijzing dat er ook maar één vlucht minder zal worden uitgevoerd zolang de juridische rook nog niet is opgetrokken.
Tijdrekken en doorschuiven
In plaats daarvan wordt de Kamer gerustgesteld met de belofte dat de uitspraken “nu inhoudelijk worden bestudeerd” en dat er “op een later moment” wordt teruggekomen op hoger beroep en nieuwe besluiten. Het is de bekende strategie: tijd rekken, complexiteit benadrukken, verantwoordelijkheid spreiden. Ondertussen blijven de vliegtuigen opstijgen en dalen alsof er niets aan de hand is.
Het meest misleidend is de suggestie dat de handhaving opnieuw een open belangenafweging wordt tussen natuur en “het brede maatschappelijke en economische belang van de luchthavens”. Alsof de rechter niet juist heeft geoordeeld dat de natuurvergunningsplicht dwingend is en dat economische belangen slechts zeer beperkt gewicht hebben. De minister presenteert het alsof alles nog openligt, terwijl het juridische kader juist ongekend strak is geworden.
Wat resteert is een brief die vooral laat zien hoe diep de reflex tot normalisering zit. Drie luchthavens opereren illegaal, de rechter heeft dat ondubbelzinnig vastgesteld, maar de minister spreekt erover alsof het gaat om een tijdelijk ongemak dat met wat bestuurlijke creativiteit wel weer gladgestreken kan worden.
De realiteit is dat de luchtvaartsector opnieuw wordt beschermd tegen de gevolgen van haar eigen overtredingen, terwijl andere sectoren al jaren worden geconfronteerd met keiharde handhaving.
Bron: SchipholWatch, 24 april 2026
Reactie BTV Rotterdam
In een reactie op de uitspraak “"Tot er nieuwe besluiten zijn genomen op de vergunningsaanvragen, worden de luchthavens strikt genomen geëxploiteerd in strijd met de natuurvergunningsplicht uit de Omgevingswet." Informeerde de BTV Rotterdam de raads- en commissieleden van de Gemeente Rotterdam.
De strekking is dat de BTV Rotterdam zich niet kan voorstellen dat Gemeente Rotterdam een vergunning loos bedrijf, dat grote invloed heeft op de omgeving goedkeurt. Als dat toch wordt goedgekeurd, kan dat later gevolgen hebben voor andere situaties.